In Nederland wordt de Texelaar als schapenras het meeste gehouden. Ruim 70% van de schapen zijn hier zuivere Texelaars. Dit schapenras is een kruising van het inheemse polderschaap met verschillende Engelse rassen. Het doel was een groot, snelgroeiend en wolrijk schaap te fokken. Tegenwoordig is de Texelaar geworden tot een schapenras met een uitstekende vleeskwaliteit. De meeste schapen worden gehouden voor het lamsvlees. De ooien krijgen gemiddeld 2 lammeren per jaar die voor de slacht bestemd zijn.

Naast fokschaap voor vlees, wordt de vacht van de schapen in het voorjaar geschoren en in veel toepassingen gebruikt. Bekend zijn de wollen truien en sokken, maar ook wollen tapijt, kleden en zelfs als isolatieplaat voor milieuvriendelijke bouwprojecten. Traditioneel sliep de Nederlander onder een laken en wollen dekens, tegenwoordig steeds vaker onder een, door een wol gevuld, dekbed.

Bruikbare wolvezels groeien van kop tot aan de staart. De wol- haren zijn vrij dik en stug – die van de buik zijn nog het zachtst. Zoals in het algemene deel  over wol kwaliteiten is aangegeven houden dikke haren minder goed de warmte vast en zal er dus een relatief dik pakket gekaarde wol nodig zijn om een warm dekbed te krijgen. De dikkere woldraden kroezen sterk waardoor het dekbed deze dikte lang behoudt. 

De grovere wolharen maken ook dat wol van de Texelaar kriebelt. Bij een dekbed heb je daar geen last van omdat de wol niet direct tegen de huid aankomt.

De Texelse wol komt uit de buurt en is royaal voor handen en daardoor goed betaalbaar.

< Overzicht wolsoorten

> Producten van Texelse wol