Kamelen zijn hoefdieren. Tot het geslacht van de kamelen behoren de kameel en de dromedaris. Beide soorten leven in de droge streken van Noord Afrika en de Hoorn van Afrika, maar kamelen komen ook voor in het Midden-Oosten en Azië. In het wild zijn ze bijna uitgestorven. Wilde kamelen komen alleen nog voor in de Gobi-woestijn in Mongolië en China.

Een kameel is uitstekend aangepast aan het leven in een woestijn. Zo kan een kameel wel 8 dagen zonder water leven en zijn de hoeven groot en plat zodat ze veel grip hebben op het rulle woestijnzand of de harde rotsen. Ook de vacht is aangepast aan het barre klimaat in de woestijn. Dit woestijnklimaat kent grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Overdag kan het er wel 45 graden Celcius worden en ’s nachts kan de temperatuur dalen tot onder het vriespunt. Voor beide helpt het om een goed isolerende vacht te hebben. Deze vacht bestaat uit een onder-vacht van fijne haren en een grovere bovenlaag.

Door de nomaden in o.a. de Sahara wordt de kameel gebruikt als rij- en lastdier. Eén kameel kan wel 280 kilo dragen en wordt daarom ook wel “het schip van de woestijn” genoemd. Behalve als lastdier worden kamelen ook gehouden om zijn wol, melk en vlees.

De wol wordt gewonnen in de periode dat het dier verhaart. Zo wordt van een volwassen kameel ca. 5 kilo wol gewonnen. De kamelen worden dus niet geschoren. De fijnere onderharen zijn goed te gebruiken voor kleding en dekens. De grovere bovenharen werden traditioneel gebruikt om tentdoek en kleden voor in de tent van te maken. Voor dekbedden wordt het fijnere haar gebruikt.

Kamelen wol is bijzonder diervriendelijk/duurzaam. Door de extreme omstandigheden waarin het dier leeft heeft het een wol ontwikkeld die kwalitatief beter is dan de Texelse en Merino schapenwol.

< Overzicht wolsoorten

> Producten Kamelenhaar